Laatste schooldag ... fijne vakantie voor iedereen!!
   |   
Pennenzakkenrock L5-6
   |   
Diploma-uitreiking K3 en L6
   |   
Oudercontact en rapport
   |   
Schoolreis L1-2 Speelstad
   |   

Onze school .. zorgvisie
 
Wij zijn een school die “zorg voor elk kind” hoog in het vaandel draagt. Al onze kinderen moeten elke dag weer graag naar school komen. We streven er ook naar om voor alle leerlingen te zorgen. Elk kind is immers uniek en verdient een individuele en unieke aanpak !! Dit is moeilijk en vraagt elke dag keihard werken, maar een ‘gelukkig’ kind maakt veel goed.…

  1. Algemene visie

Meer zorg voor kinderen in het Vlaams onderwijs is een belangrijke beleidsprioriteit.
Kansarmoede, een handicap, een andere taal en/of leerstoornis verdelen de kaarten onder de kinderen van bij de start op een ongelijke manier.  
Een goede zorg op school kan veel verhelpen aan deze ongelijke beginsituatie.
Sinds 1 september 2003 kunnen alle scholen voor gewoon basisonderwijs rekenen op extra zorguren.

In elke school zijn er kinderen die extra aandacht vragen, om welke reden dan ook. Deze kinderen stellen heel uitdrukkelijk de school voor de uitdaging om te differentiëren, dit wil zeggen het aanbod van de school aanpassen aan de noden en mogelijkheden van de kinderen en niet omgekeerd.

De school gaat nadenken over:

-          de doelstellingen die ze met het ene kind wel en met het andere kind niet kan bereiken.

-          de instructiewijze

-          aangepaste materialen die ze nodig hebben

-          de manier van evalueren

Kortom ze denkt na over de manier waarop de afstemming tussen wat de kinderen nodig hebben en wat de school kan bieden, zo optimaal mogelijk kan worden gemaakt.  

Het is daarom belangrijk dat de school de ontwikkeling van de individuele leerling of de leerlingengroep gaat opvolgen. Met gaat met andere woorden na wat een kind kan en hoever het kan geraken. Om zicht te krijgen op dit ontwikkelingsproces gebruikt men een leerlingvolgsysteem.  

Evenwicht tussen preventieve en curatieve aanpak

Bij een preventieve aanpak denkt men na over de vraag hoe de school er voor kan zorgen dat alle leerlingen zich goed voelen in de school en in de klas. We gaan niet enkel uit van de zorg voor leerlingen met problemen of leerstoornissen. We werken aan een algemeen klimaat van zorgzaamheid voor alle leerlingen. Het standpunt dat elke leerling recht heeft op gelijke onderwijskansen, kadert zich op het niveau van de preventieve werking.

De curatieve aanpak vertrekt van de vraag hoe de school leerlingen met problemen zal opvangen en begeleiden opdat zij zich snel weer goed gaan voelen in de klas en of op de school.  

Het accentverschil ligt hem in het feit dat daar waar bij de preventieve aanpak er nog geen sprake is van problemen bij leerlingen en men dat zo wil behouden, men bij een curatieve aanpak problemen wil oplossen of van kwaad naar erger wil voorkomen.

Hieruit blijkt dat een preventieve werking minstens even belangrijk is, zo niet belangrijker is dan een curatieve werking. Om aan de preventieve werking tegemoet te komen, maakt de school ook gebruik van een kind- en leerlingvolgsysteem.  

  1. Schooleigen zorgbeleid

Het zorgbeleid op onze school streeft ernaar dat alle leerlingen een goede zorgomkadering krijgen.
Voor die leerlingen waar het leerproces niet  vanzelfsprekend verloopt wordt aangepaste begeleiding voorzien.

Dit is een opdracht van het ganse team en wordt ondersteund door het zorgteam.
Het zorgteam bestaat uit de zorgcoördinator, de logopediste, de gonbegeleidster(s) en de directeur.
Dit alles wordt gecoördineerd door de zorgcoördinator.

De zorguren worden in de praktijk aangewend op drie niveau’s: school-, leerkracht-, en leerlingenniveau.

Op schoolniveau worden enkele zorginitiatieven georganiseerd vb MDO-gesprekken, leerkrachtenoverleg, zorgoverleg, bijscholingen

Op leerkrachtniveau bestaat dit vooral uit het ondersteunen van het handelen in de klas. Vb informatie ivm leerprobleem/leerstoornis opzoeken en doorgeven, hulp bieden bij het  aanmaken van ondersteunend materiaal, samenstellen van bundels met extra oefenmateriaal ….

Op leerlingniveau wordt extra begeleiding gegeven in kleine groepjes of individueel.

2.1 Hoe verloopt de zorg?

Wij onderscheiden 5 stappen :  

Stap 1: De algemene zorg

De leerlingen bevinden zich in een krachtige leeromgeving, waarin voortgebouwd wordt op de aanwezige kennis; concrete situaties worden gehanteerd; leerlingen mogen zelf activiteiten doen en initiatieven  nemen; er wordt zorg gedragen voor het welbevinden van de leerlingen.  

Stap 2: De extra zorg

Hierbij speelt de leerkracht in op de onderwijsnoden van de leerlingen

Vb. leerlingen extra uitleg geven of aanbieden van extra hulpmiddelen en snelle leerlingen verbreding aanbieden.  

Stap 3: De speciale zorg

Indien er een meer gerichte individuele aanpak nodig is, meldt de leerkracht dit aan de zorgcoördinator. In overleg wordt het probleem geanalyseerd en worden er interventies gezocht en besproken. Deze worden dan uitgevoerd door de leerkracht, de zorgjuf en eventueel in samenwerking met de ouders

Vb zwakke lezertjes, rekenachterstand, taalachterstanden, slechte schrijvers…

Het zijn dus remediërende initiatieven.

Stap 4: De bijzondere zorg voor leerlingen met stoornissen.

Bij sommige leerlingen heeft die extra zorg niet voldoende effect, wat wijst op een leer- ,  aandachts- of ontwikkelingsstoornis.

Vanuit het MDO wordt dan gezocht naar compenserende en dispenserende maatregelen om deze leerlingen te begeleiden. In deze situatie is het belangrijk om ook rekening te houden met hun welbevinden.

Deze maatregelen worden vastgelegd in een contract en samen met de leerling, de ouders , de leerkracht en de zorgcoördinator besproken en ondertekend.

Vb. dyslexie, ADHD, dyscalculie, dysorthografie, autisme
Stap 5: De schooloverstijgende zorg.

School en zorgteam beschikken niet altijd over de nodige deskundigheid en middelen om een leerling in zijn ontwikkeling te begeleiden. We spreken dan van een overgang van eerstelijns- naar tweedelijnsniveau als er externe hulp van buiten de school vereist is.

Vb. Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB), logopedisten, revalidatiecentra (RVC), Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg (CGGZ)

Bij al deze stappen is en blijft de klastitularis de verantwoordelijke omdat deze ook het meeste contact heeft met de leerling. De klastitularis heeft ook de taak om de ouders te informeren over de vorderingen van hun kind tijdens de oudercontacten. Hierbij is het nodig dat beide partijen eerlijk en open staan t.o.v. elkaar.

2.2 Het leerlingvolgsysteem

Het leerlingvolgsysteem is voor het team een hulpmiddel om het zorgbeleid vorm te geven. Op die manier kunnen we sneller kinderen opsporen die extra zorg, onderwijs op maat nodig hebben.

Vanaf de kleuterklassen wordt er gestart met een zelf ontwikkeld kindvolgsysteem en een volgsysteem rond welbevinden en betrokkenheid.

In de lagere school gaan we daar mee verder. Hier spreken we over een leerlingvolgsysteem. (Lavers, klassociogram, VCLB) 

HET KINDVOLGSYSTEEM

Het kleutervolgsysteem onderscheidt zich van het leerlingvolgsysteem omdat het zich in de eerste plaats richt op het ontwikkelingsproces in het kind. Aandacht gaat uit naar het welbevinden van het kind (de mate waarin het kind zich goed voelt in de klas en op school) en de betrokkenheid (de mate waarmee ze gedreven en geconcentreerd met klasactiviteiten omgaan) en de groei van hun competenties (inzichten en vaardigheden waarover de kleuter beschikt).

De kleuterleidsters gaan dit na door middel van observaties en klasscreenings. Men gaat dus van elke leerling aanduiden hoe het met de betrokkenheid, het welbevinden en de competenties zit. Kleuters die hierop laag scoren worden weerhouden en besproken al dan niet met het CLB. Op basis van deze bevindingen gaat men kijken hoe de kleuter het best kan begeleid worden om zijn ontwikkeling op gang te helpen. Hiervoor wordt een map gebruikt met remediëringsoefeningen zodat snel en efficiënt, door de klasjuf  extra hulp kan geboden worden.

Ouders zien wij als belangrijke participanten bij het zorgbeleid en worden dan ook zo vlug mogelijk bij dit proces betrokken. Ouders kunnen uitgenodigd worden voor een gesprek. Ze kunnen meehelpen tot het komen van oplossingen. Eventueel in samenspraak met het schoolteam en het CLB kan beslist worden om externe hulp op te starten.

HET LEERLINGVOLGSYSTEEM

Vanaf de lagere school worden in ons zorgdossier ook resultaten opgenomen van genormeerde en gestandaardiseerde toetsen van ‘het leerlingvolgsysteem van het VCLB’.

Het is een instrument –meer nog- een werkwijze voor de lagere school dat zich richt op de leerstof spellen en wiskunde. Het schoolteam beschikt zo over de objectieve en genormeerde schoolse meetinstrumenten die ons in staat stellen om alle leerlingen systematisch en periodiek te evalueren en op te volgen over een lange onderwijsperiode.

Werken met het LVS-VCLB omvat drie stappen: signalering, analyse en handelen.  Voor de evolutie van het lezen gebruiken we de AVI-testen

Concreet:

In onze school worden per schooljaar  -op twee vaste meetmomenten (eind september en februari)- toetsen voor spelling en wiskunde afgenomen. Men gaat na in hoeverre leerlingen de leerstof op gebied van spelling en wiskunde beheersen die reeds gekend zou moeten zijn. De leerlingen zouden op basis van wat ze leren in de klas in staat moeten zijn om deze toetsen tot een goed einde te brengen. Eveneens worden AVI leesniveau toetsen afgenomen. In klas 1 worden er eveneens testen georganiseerd eind mei, begin juni

Als de toetsen verbeterd zijn kunnen de resultaten omgezet worden in scores van A tot E en kunnen de resultaten worden geanalyseerd.

Leerlingen die scores van A tot C halen vormen geen probleem. Zij scoren van zeer goed tot voldoende.

Leerlingen die een D-score behalen, scoren zwakker en zitten in een risicozone.

Leerlingen die een E-zone behalen, zitten in de gevarenzone. Aan deze leerlingen moet extra aandacht besteed worden. Leerlingen met leerproblemen worden regelmatig gesignaleerd en de grootte van de achterstand wordt vastgesteld. Via analyse van de antwoordbladen kan de school ook reeds een eerste inhoudelijke omschrijving geven van de gemaakte fouten en kan er geremedieerd worden.

Bij hardnekkige problemen kan een MDO advies uitbrengen naar de ouders voor het opstarten van externe therapie (logo, kiné …….)  

Bij leerlingen die ondanks extra zorg, externe therapie en/of overzitten zwak blijven scoren, wordt in overleg met de ouders, CLB en/of een extern onderzoekscentrum ingeschakeld voor verder onderzoek. Op basis van de resultaten van het onderzoek kan een MDO uiteindelijk advies uitbrengen voor doorverwijzing bijzonder onderwijs. 

Naast observaties, toetsresultaten, screenings, verslagen, etc. rapporteren wij ook contacten, gesprekken met ouders en of externe diensten. Kortom alle nuttige informatie die ons kan helpen om een leerling zo goed mogelijk te volgen in zijn/haar ontwikkelingsproces nemen wij op in het zorgdossier en dit alles in het belang van het kind en zijn of haar hulpvraag.   
                                                                                                                                  

  1. specifieke zorgvisie

    Leerproblemen / gedragsproblemen / socio-emotionele problemen

·      Kleuteronderwijs

Voor leerbedreigde kinderen wordt een begeleidingsdossier opgesteld.

Naargelang het probleem worden aangepaste interventies toegepast voor :

ontwikkelings- en leerbedreigde kinderen

-          zelf een keuze leren maken

-          werken aan zelfsturing

-          taal, spraak en communicatievermogen ontwikkelen

-          psycho-sociale competenties verhogen

-          lichaamsperceptie en psychomotoriek ontwikkelen

-          werken aan ruimte- en tijdstructurering

-          vaardigheden ontwikkelen

-          het aanbod meer differentiëren

-          samenwerking met ouders en CLB

kinderen met sociale en emotionele problemen

-          positieve aandacht en steun geven

-          werken aan motorische ontlading en impulsbeheersing

-          werken rond gevoelens en sociaal inzicht

-          werken met verhalen

-          meer expressie- en verwerkingsmogelijkheden creëren

-          informatie geven

-          meer structuur bieden

-          samenwerking met ouders en CLB

 ·      Lager onderwijs

In het begin van het schooljaar worden toetsen afgenomen voor rekenen en taal. Samen met het kleuterdossier wordt de beginsituatie van elk kind bepaald. Voor de leerbedreigde leerlingen wordt een handelingsplan opgesteld, opgevolgd en geëvalueerd. Indien nodig wordt dit handelingsplan bijgestuurd.

Door de afname van Laevers krijgen we een goed beeld over het welbevinden van de leerling , betrokkenheid en competentie. De klasdynamiek kunnen we dan analyseren door de afname van het klassociogram

 De problemen worden vaak als volgt behandeld :

-          de leerkracht geeft individueel of in groep een tweede instructie

-          de leerstof wordt herhaald in kleine deeltjes

-          een goede leerling helpt een zwakkere

-          de leerlingen krijgen aangepast didactisch materiaal

-          differentiatie in de oefeningen

-          leerlingen aanzetten tot zelfstandigheid

-          het verder uitbreiden en optimaal gebruik van hoeken- en contractwerk

-          communicatievaardigheden verhogen

-          taalvaardigheid verbeteren en verhogen

-          werken aan sociaal- en emotionele problemen

-          zorgverbredend werken

-          samenwerking met CLB

-          no-blame methode

-          aanbieden van een contract met dispensaties en compensaties

-          extra tijd geven voor en toets / test

-          minder oefeningen laten maken

-          een toets mondeling laten uitvoeren


 

Het Schanszorgteam (kleuters) voor 2018-2019:
zorgcoördinator school : juf Hellen Luidens
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

zorgjuf kleuters: juf Vicky Clemens
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

languid