Algemene regels refter

  • Alvorens we de refter binnengaan, gaan we eerst naar het toilet.
  • Onze jas hangen we aan de (juiste) kapstok.
  • Dan gaan we in de juiste rij  staan en we zwijgen.
  • We stappen in de refter, niet lopen.
  • Je mag niet rondlopen in de refter, je blijft op je plaats zitten.
  • Je begint te eten bij een sein van de leerkracht.
  • We zijn stilletjes. (fluisteren kan!)
  • We zijn beleefd.
  • We eten met onze mond toe.
  • We schenken drank voorzichtig in. We schenken ons glas of onze tas niet te vol.
  • Wanneer je een probleem hebt, steek je je vinger op en wacht je tot de leerkracht bij jou is.
  • Wanneer je gemorst hebt, steek je je vinger op zodat we het kunnen opruimen of proper maken.
  • Je steekt je vinger op, als je naar buiten wil.
  • Bij het buitengaan, zetten we onze stoel netjes onder tafel.

Refterregels warme maaltijd

  • We eten met mes en vork. (in de juiste hand)
  • Wanneer je iets nodig hebt, vraag je dit stilletjes aan je buur of je geeft een teken.
  • We proeven voldoende van de soep en het hoofdgerecht.
  • Wanneer de soepborden leeg zijn, stapelen we deze vooraan aan de tafel.
  • Dessert mag je eten, dit hoeft niet.
  • Als het eten op tafel staat, wacht je je beurt af.
  • Je mag pas uit de refter, als alle dessertjes zijn uitgedeeld.
  • Voor je naar buiten gaat, kijk je na of je water op is.
  • We eten ons bord flink leeg.

Refterregels boterhammen

  • Onze boterhammetjes zitten in een brooddoos en niet in aluminiumfolie.
  • We hebben respect voor het milieu.
  • We nemen onze brooddoos uit de broodbak, alvorens we in de rij gaan staan.
  • Wanneer je warm water nodig hebt (bv. voor noedels) , steek je bij het binnenkomen je vinger op.
  • We proberen erop te letten dat we een gezonde maaltijd meebrengen.
  • Als je iets echt niet lekker vindt, moet je wel proeven…
  • Niet alles op =  terug mee naar huis
  • Voor je naar buiten gaat, kijk je na of je drank op is.
  • Wanneer je klaar bent, tassen en glazen in het midden zetten.
languid